Brandende kwesties: de praktijk

Brandveilig bouwen is en blijft een hot topic in 2019. Wat komt er aan nieuwe wet- en regelgeving op ons af? Een boeiend thema waarmee betrokken partijen in de bouwkolom continu balanceren tussen wens en realiteit en tussen moeten en willen.

We spreken Fred Verheijen, zelfstanding projectmanager met een lange staat van dienst een enorme praktijkervaring bij tal van opdrachtgevers en diversiteit aan projecten. In de laatste twee tot drie jaar heeft Verheijen veel projecten met grotere bedrijfshallen gemanaged. Er zijn ruwweg 3 belangrijke vertrekpunten op basis waarvan Verheijen stuurt op brandwerend bouwen.

1. Economische motieven zijn belangrijk
Brandveilig bouwen is voor Fred Verheijen zeker een belangrijk aandachtspunt, maar zo geeft hij aan: “Je hebt wel een budget waarvoor zaken gerealiseerd moeten worden. Met andere woorden, probeer brandveiligheidseisen zo economisch mogelijk het hoofd te bieden. Al wil je natuurlijk wel zeker weten dat het echt veilig is.” Brandveiligheidsrapporten zijn daarbij bepalend voor wat er moet gebeuren. Het advies van de brandweer volgt de gemeente in 9 van de 10 keer op. En als het certificaat binnen is, dan zijn er nog maar weinig mensen mee bezig.

2. Eisen variëren sterk en lijken afhankelijk van recente ervaringen
Verheijen is soms verrast door de gestelde eisen. Hij geeft een voorbeeld. Bij de realisatie van 4 hallen van elk 20.000 duizend meter, was de eis 4 uur brandscheiding tussen de hallen onderling. Dat is uitzonderlijk hoog. Hij vermoedt dat de brandweer in de betreffende regio dit besloot op basis van ervaring uit het verleden. Toch kan hij zich er wel ets bij voorstellen: zo krijg je ook daadwerkelijk meer tijd bij eventuele calamiteiten.

3. Interpretatie wet- en regelgeving is grijs gebied

Er zijn zoveel uitzonderingen. Zelf heeft hij er beperkt verstand van dus huur je daarvoor altijd een adviesbureau in. Daarbij moet je ook rekening houden met specialisaties. De een weet heel veel van sprinklers en de ander doet alleen kleine projecten. Eigenlijk zou het simpel moeten zijn en zou iedereen in de bouw het moeten begrijpen, maar dat is niet zo. Er worden heel veel termen gebruikt die niet voor iedereen helder zijn.

Alleen de kretologie maakt het al lastig. Wat Verheijen betreft is het heel ondoorzichtig. Hij maakt de vergelijking met de bekende weercode.
“Eigenlijk zou je moeten werken met code geel, oranje en rood. Dan begrijpt iedereen hoe de vlag erbij hangt.”
Door die complexe wet- en regelgeving en door de lastige interpretatie en variatie per regio, is Verheijen bang dat het nog wel vaker mis zal gaan. “Instanties komen nauwelijks meer controleren. De brandweer loopt bij wijze van spreken een rondje en dat is het.”

Tot slot sluit hij af met een sprekend voorbeeld. “Neem bijvoorbeeld brandwerende deuren die in scheidingswanden zitten, zoals tussen hallen onderling. Dan heb je vaak te maken met kleefmagneten. Bij het werk moeten deuren soms permanent open kunnen staan. Maar deze zijn zelden gekoppeld aan het brandalarmsysteem, zodat ze automatisch sluiten bij brand. Dus dan heb je dure brandwerende gecertificeerde deuren geïnstalleerd, maar de beveiliging klopt niet.